ROTTERDAM · 1920-1950

Geschiedenis van Clubhuis De Arend

Clubhuis De Arend was een vroeg Rotterdams initiatief voor werkende jeugd. Het combineerde ontspanning en gemeenschapsvorming met onderwijs, handenarbeid, sport, muziek en maatschappelijke projecten.

Groep in sportkleding met arend-emblemen, voor wandrekken in een gymnastiekzaal.

Sportgroep van Clubhuis De Arend, datum onbekend. De arend-emblemen zijn zichtbaar op de shirts.

1920: het Instituut voor de Rijpere Jeugd

Rotterdam groeide aan het einde van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw snel. Veel jonge mensen verlieten de school vroeg en gingen aan het werk. Bestaande jeugdverenigingen bereikten deze werkende jongeren maar beperkt.

In 1920 werd daarom het Instituut voor de Rijpere Jeugd opgericht. Het wilde jongeren buiten hun werkuren een veilige en stimulerende omgeving bieden, met ruimte voor ontwikkeling, onderwijs en ontspanning.

W.E. van Wijk werd met ingang van 15 juni 1921 directeur van het Instituut. Het eerste concrete clubhuis van de organisatie kreeg de naam De Arend.

1922: opening aan de Schiekade

Op 21 maart 1922 werd Clubhuis De Arend aan Schiekade 98a in gebruik genomen. Van Wijk werd daarmee ook de eerste directeur van het nieuwe clubhuis.

De Arend richtte zich vooral op jongens die niet meer leerplichtig waren en vaak al werkten. Het clubhuis bood een huiselijke ontmoetingsplaats en een breed programma.

Er waren mogelijkheden voor voortgezet onderwijs, timmeren, handenarbeid, gymnastiek, voetbal, muziek, toneel, voordrachten, schaken, dammen en dans. Ook was er een leeszaal met boeken en tijdschriften.

Vrijwilligers speelden een belangrijke rol. Particuliere bijdragen en donateurs waren in de beginjaren belangrijk voor het voortbestaan.

Meer dan 2.100 bezoekers

De Arend bleek direct in een behoefte te voorzien. In de eerste twee jaar bezochten ruim 2.100 jongeren het clubhuis.Bron: Jan Lenders, 2009, p. 227.

Door gebrek aan ruimte en vrijwilligers moest uiteindelijk selectiever worden toegelaten. De omvang van de belangstelling toont dat De Arend geen klein lokaal experiment bleef.

Debat rond Van Wijk

Van Wijks typering van de arbeidersjongens kreeg destijds opvallend veel bijval. De belangrijkste kritiek richtte zich niet zozeer op zijn beschrijving van de jongeren, maar op zijn verklaring daarvan.

Van Wijk stelde dat verschillen in ontwikkelingsmogelijkheden gedeeltelijk biologisch bepaald waren en verbond deze gedachtegang later ook aan toenmalige raciale categorieën.

Pedagogen als J.H. Gunning en Ph. Kohnstamm verwierpen die deterministische verklaring. Kohnstamm wees bovendien nadrukkelijk op de anti-democratische consequenties ervan.

De discussie laat zien dat De Arend niet alleen onderdeel was van praktisch jeugdwerk, maar ook van bredere interbellumdebatten over opvoeding, sociale klasse, aanleg en ontwikkeling.Bron: Jan Lenders, 2009, pp. 227–230.

De jaren dertig: werkloosheid en uitbreiding

Begin jaren dertig werd Van Wijk opgevolgd door G.H.L. Schouten. Onder zijn leiding kreeg het werk een praktischer en sterker maatschappelijk karakter.

Door de economische crisis waren veel jonge Rotterdammers werkloos. De Arend stelde zijn gebouwen overdag open en bood lessen, cursussen, ontspanning en praktische werkzaamheden aan.

Naast het avondwerk met toneel, zang, muziek en sport raakte het Instituut betrokken bij projecten voor jonge werklozen. Ook werden nieuwe clubhuizen in andere Rotterdamse wijken geopend.

1936: Van Brienenoord

Een clubhuis gebouwd door zestig jongens

Jongeren van het Instituut gebruikten het Eiland Van Brienenoord vanaf 1932 voor ontspanning en activiteiten.

In 1934 werd het zogenoemde Turkenheim aan De Arend geschonken. Het gebouw had op een Rotterdamse scheepswerf onderdak geboden aan Turkse marineofficieren.

Zestig werkloze jongens van De Arend braken het stenen en ijzeren gebouw in vijf weken af. De onderdelen werden naar Van Brienenoord vervoerd en daar onder toezicht van architect J.H. van den Broek opnieuw opgebouwd.

Het clubhuis werd op 20 juni 1936 officieel geopend. In de recreatiezaal hing een lijst met de namen van de zestig jongens die aan de bouw hadden meegewerkt.

Op het eiland kwamen ook sportvelden, een atletiekbaan, een openluchttheater en volkstuinen. Op 29 augustus 1938 werd het volledige werkproject formeel aan het Instituut overgedragen.Bron: Streekarchief Eiland IJsselmonde.

1938: werkkampen in Nunspeet

In 1938 kwam het terrein rond Het Ronde Huis in Nunspeet beschikbaar voor werkkampen voor Rotterdamse jongens.

Werkloze jongeren hielpen bij de verbetering en inrichting van het terrein en het huis. In het Nationaal Archief zijn dossiers bewaard over de organisatie van deze werkkampen.Bron: Nationaal Archief, toegang 2.15.28, inv.nr. 816.

Materiaal van deelnemers, begeleiders en hun families kan de geschiedenis van deze werkkampen aanvullen.

Oorlog en wederopbouw

Op Van Brienenoord gingen de zomeractiviteiten tijdens een groot deel van de oorlog door. Tot en met 1944 werd er een vakantieschool gehouden.

In de herfst van 1944 werd het eiland opnieuw door de Duitse bezetter ingenomen en moesten de activiteiten stoppen.

Na de bevrijding kreeg het gebouw een nieuwe functie. Eind oktober 1945 werd het Internaat van Brienenoord geopend, waar jeugdleiders en jeugdleidsters werden opgeleid voor het werk met ongeorganiseerde arbeidersjeugd.Bron: Streekarchief Eiland IJsselmonde.

In de daaropvolgende jaren raakten De Arend en het verwante meisjesclubhuis De Zeemeeuw steeds nauwer met elkaar verbonden.

1947: vijfentwintig jaar De Arend

Op 11 april 1947 opende de burgemeester van Rotterdam in het clubhuis aan de Schiekade een tentoonstelling ter gelegenheid van het vijfentwintigjarig bestaan van De Arend.

Programma’s, foto’s en documenten over deze tentoonstelling zijn welkom.

Een geschiedenis in ontwikkeling

Deze geschiedenis is gebaseerd op archiefstukken, historische publicaties en later onderzoek. Er blijven lacunes bestaan, vooral rond de ervaringen van individuele leden, medewerkers en families.

Correcties, namen, foto’s, documenten en aanvullende herinneringen zijn daarom welkom.

Bronnen en verdere informatie

Stadsarchief Rotterdam — toegang 467
Toegang 467: archieven van De Arend en De Zeemeeuw. Collectie 4286: Collectie Arend en De Zeemeeuw.

Jan Lenders — onderzoek naar De Arend en arbeidersjeugd (PDF)
Slappedanige meerderheidsjongeren en verwilderde jeugd. Pedagogiek 29 (2009), pp. 226–242.

Streekarchief Eiland IJsselmonde — Het Eiland van Brienenoord

Nationaal Archief — dossiers over werkkampen (PDF)
Toegang 2.15.28, inventarisnummer 816: Het Ronde Huis in Nunspeet, 1938–1940.

Jan Oudenaarden, Met brede vleugelslagen, 1995.