Een ander belangrijk uitgangspunt was het bieden van vervolgonderwijs, onder het motto kennis is rijkdom. Directeur Van Wijk hechtte hier veel waarde aan: te weinig kennis kon belangstelling doen uitdoven en tot verveling leiden. Hij organiseerde ook bijeenkomsten voor vaders, waar hij sprak over de opvoeding van hun zonen. Wegens gebrek aan belangstelling werden deze bijeenkomsten in 1923 gestaakt; in 1926 werden zij hervat.
Gedurende de jaren twintig en dertig balanceerde het Instituut financieel meerdere keren op de rand van de afgrond. Het werd telkens op het laatste moment gered door particuliere acties en giften, onder meer vanuit kringen rond de Rotterdamse Kunstkring. In 1923 werd de gemeenteraad verzocht de huur van het clubhuis als subsidie te betalen. Dit verzoek had geen succes, net als latere verzoeken om verlaging van de elektriciteitstarieven en het telefoontarief. Wel ontving het clubhuis eenmaal een bedrag van NLG 100 uit de opbrengst van de entreegelden van het stadhuis.
Dr. W.E. van Wijk maakte het clubhuis breed bekend, onder meer door publicaties in het tijdschrift Volksontwikkeling en door maandelijkse verslagen uit te geven. Deze werden niet alleen aan Arend-leden verstrekt, maar ook aan donateurs en de pers. In 1932 nam Van Wijk ontslag als directeur en werd hij opgevolgd door G.H.L. Schouten.
Met G.H.L. Schouten als directeur begon een nieuwe periode voor Clubhuis De Arend. Dit kwam deels door zijn meer maatschappelijk gerichte en praktische aanpak, en deels door de omstandigheden van de jaren dertig, die werden gekenmerkt door hoge werkloosheid. Schouten zag hierin een belangrijke taak voor het clubhuis, niet alleen voor de jongens van De Arend, maar ook in bredere maatschappelijke zin.
Het Centraal Comité voor Jongere Werkloozen was in 1932 met zijn activiteiten begonnen. De Arend was daar vanaf het begin bij betrokken en had het clubhuis al overdag opengesteld voor werkloze jongens. In 1933 begon het clubhuis op grotere schaal met werklozenwerk. Werkloze jongeren konden zich bij de clubhuizen inschrijven voor cursussen. Het Comité voor Jongere Werkloozen organiseerde ook werkobjecten, waaraan jongens van De Arend deelnamen.
Overdag bood het clubhuis zowel cursussen als ontspanningsmogelijkheden. Voor de cursussen werd gemeentelijke subsidie ontvangen. De jongens moesten minimaal vijf lessen volgen en konden kiezen uit onder meer talen, geschiedenis, aardrijkskunde, rekenen, Duits, Engels en timmeren. De lessen kregen steeds meer een clubkarakter. Ook het avondwerk ging door: de toneelgroep, het koor en het orkest bleven actief.
Ondanks de crisis slaagde directeur Schouten erin nog enkele clubhuizen van De Arend in voormalige schoolgebouwen te openen. In oktober 1934 kreeg het Instituut de beschikking over Polslandstraat 13 in Rotterdam-Zuid. In maart 1936 werd een clubhuis geopend aan de Busken Huëtstraat 19 in Rotterdam-West.
In deze periode kreeg het Instituut ook het Eiland Van Brienenoord als buitencentrum. Daar werd een clubgebouw opgericht met behulp van werkloze jongens van De Arend. Het gebouw was afkomstig van de werf van de Maatschappij voor Scheeps- en Werktuigbouw Fijenoord aan de Piekstraat. In de jaren twintig hadden Turkse marineofficieren daar verbleven tijdens de bouw van onderzeeboten voor Turkije. Het gebouw stond bekend als het Turkenheim. Nadat het leeg was komen te staan, werd het in 1934 aan De Arend geschonken. Het werd afgebroken, naar het Eiland Van Brienenoord gebracht en daar opnieuw opgebouwd.
In 1938 stelde het Departement van Sociale Zaken een terrein met een huis, het Ronde Huis, in Nunspeet beschikbaar voor het organiseren van werkkampen voor Rotterdamse jongens. Ook de verbetering en inrichting van het terrein en het huis werden uitgevoerd door werkloze jongens.
De organisatie werd later bekend als Clubhuis Arend en de Zeemeeuw, na samenvoeging met verwant clubhuiswerk voor meisjes.
Neem alstublieft contact met ons op als u beschikt over materiaal zoals:
The club-house ‘De Arend’ at Rotterdam, artikel door dr. W.E. van Wijk in Revue internationale de l’Enfant, 1929
Revue internationale de l’Enfant, Vol. VII, No. 39, Mars 1929
Het eerste jaar van ‘De Arend’
Het tweede jaar van De Arend
Het derde jaar van den Arend
Het vierde jaar van De Arend
Vier nieuwe jaren van De Arend
Het Instituut voor de Rijpere Jeugd te Rotterdam
Bij den vijfden verjaardag van De Arend. 1922-21 Maart-1927
Lidmaatschapskaarten
Correspondentie
Speldjes of insignes
Vlaggen
Borden of ander gemerkt materiaal
Uniformen
Ander historisch materiaal dat mogelijk verband houdt met Clubhuis De Arend
Deze website is op geen enkele wijze verbonden aan Clubhuis Arend en de Zeemeeuw.